Meertaligheid

Algemeen

Steeds meer kinderen spreken thuis ook nog een andere taal dan op school. Die taal noemen we de thuistaal. De meeste jonge kinderen leren zonder problemen twee of meer talen tegelijk: dan worden ze tweetalig of meertalig. Ze hebben wel meer tijd nodig om klanken, woorden en zinnen in twee talen te leren maken. Dit is normaal en hoort bij het leren van meerdere taalsystemen tegelijk. Toch kunnen sommige kinderen moeite krijgen met de taalontwikkeling, waardoor ouders zich zorgen maken of er sprake is van een taalachterstand.

Bij Logopediepraktijk Leiderdorp onderzoeken we zorgvuldig of de taalontwikkeling passend verloopt bij een meertalig kind, of dat er extra ondersteuning nodig is.

In dit filmpje over tweetaligheid wordt uitgelegd hoe het leren van twee of meer talen gaat.

Meertaligheid of taalachterstand?

Een kind is meertalig als het in de dagelijkse communicatie met meer dan één taal in aanraking komt. Hierbij wordt onderscheidt gemaakt tussen simultane en sequentiële meertaligheid. Bij simultane meertaligheid leert het kind twee talen tegelijkertijd, bijvoorbeeld als beide ouders een andere moedertaal spreken. Bij sequentiële meertaligheid leert het kind eerst de ene taal en daarna de andere, bijvoorbeeld als het kind tot het naar de peuterspeelzaal of school gaat alleen de thuistaal kent en nog geen Nederlands geleerd heeft.

Als het kind moeite heeft in het Nederlands willen we weten hoe de ontwikkeling in de moedertaal verloopt. Een taalontwikkelingsstoornis heb je in alle talen die je aanleert.

Verloopt de moedertaal zonder problemen? Dan zal je eerder spreken van een achterstand in het leren van de tweede taal (in dit geval het Nederlands). Dit wordt ook wel een blootstellingsachterstand genoemd, je spreekt dan niet van een stoornis in het ontwikkelen van taal.

Logopedie wordt door de verzekeraar alleen vergoed wanneer er sprake is van een stoornis in het ontwikkelen van alle talen.

 

Bij meertalige taalverwerving kan de taal een tijdje rommelig klinken. Er worden foutjes gemaakt in het spreken. Zijn deze foutjes nou problematisch of is dit een normaal verschijnsel van een tweede taalverwerving? Bekijk deze feitjes maar eens:

 

Het tempo van de  spraakontwikkeling ligt lager. Vaak kennen tweetalig opgroeiende kinderen in het begin minder woorden per taal dan eentalige kinderen. Ze moeten elk begrip immers van twee etiketten voorzien. Dit kost extra tijd. 

 

 

Het kan zijn dat   iemand die een tweede taal leert gedurende een lange tijd niets in die tweede taal zegt. We noemen dit de stille periode. Dit is normaal. Eerst komt begrijpen en daarna produceren.

 

Vreemde accenten in de tweede taal zijn heel normaal. Het vermogen om klanken aan te leren en een ‘native’ uitspraak over te nemen neemt ook af met de leeftijd.

 

Talen onbewust door elkaar gebruiken;  Dit kan een negatieve- of een positieve uitwerking hebben.

 

 

Talen bewust door elkaar gebruiken; indien het vermengen van talen bewust gebeurt spreken we van codewisseling. Codewisseling vraagt een goede beheersing van talen en is dus alles behalve een uiting van een problematische taalverwerving!

 

Dit zijn normale verschijnselen. Een taalachterstand of stoornis (zoals TOS) is pas aan de orde wanneer het kind in alle talen achterblijft of moeite heeft.

 

Wat kan logopedie betekenen?

Bij Logopediepraktijk Leiderdorp onderzoeken we zorgvuldig of de taalontwikkeling passend verloopt bij een meertalig kind, of dat er extra ondersteuning nodig is.

Bij meertalige kinderen is het belangrijk om te kijken naar de taalontwikkeling in álle talen die zij spreken. Bij kinderen tot 4 jaar kan er moedertaalonderzoek aangevraagd worden bij een Audiologisch Centrum om zicht te krijgen op de ontwikkeling in de thuistaal.

Tijdens het logopedisch onderzoek handhaven wij het protocol meertaligheid passend bij de leeftijd van je kind. Op basis hiervan bepalen we of de ontwikkeling normaal verloopt of dat er ondersteuning nodig is.

Blootstellingsachterstand:

In het geval van een blootstellingsachterstand zijn er alleen problemen in het Nederlands en niet in de thuistaal.  Je kind spreekt het Nederlands nog niet goed omdat het deze taal nog niet zoveel gehoord heeft. Je kind moet dan tijd krijgen om die taal te leren. Het duurt enkele jaren voordat kinderen hun tweede (of derde) taal net zo goed kennen als hun moedertaal. Daarvoor is extra ondersteuning bij de logopedist vaak niet nodig.

Als ouders krijgen jullie adviezen mee naar huis om de taalontwikkeling in de tweede taal te stimuleren.

TOS (taalontwikkelingsstoornis):

Indien er sprake is van problemen in alle talen van je kind kan er sprake zijn van een TOS. Je kind kent in alle talen minder woorden, heeft moeite met de uitspraak van sommige woorden, maakt korte en niet goed lopende zinnen en kan moeite hebben met het begrijpen van taal. In eerste instantie spreken we dan van een vermoeden van TOS. Na een periode van logopedie kan gekeken worden of de taal van je kind vooruit gaat, of dat de problemen hardnekkig blijken en er een daadwerkelijke TOS vastgesteld kan worden.

Tips voor ouders van meertalige kinderen

Spreek met je kind in de taal die jij het beste kent en waarin jij jezelf het beste kunt uitdrukken. Het is belangrijk dat je op een goede en natuurlijke manier kunt communiceren met je kind. Ook als het straks ouder is.

De thuistaal is belangrijk voor een goede communicatie en relatie met de familie. Jullie kunnen als in je eigen taal ook rijkere taal aanbieden. Je kent meer woorden, maakt mooiere zinnen en het lukt ook beter om emoties te verwoorden in deze taal. Dat is goed voor de taalontwikkeling. We zullen jullie hierover adviseren en samen bespreken hoe je dit in je thuissituatie kunt toepassen. 

  • Praat met je kind in de taal die je het best kent. Meestal is dat je moedertaal. Dat is belangrijk zodat je kind een goed voorbeeld heeft.

  • Praat met je kind over wat jullie samen zien, doen en meemaken. Hierdoor hoort je kind de klanken van jullie taal en leert het telkens nieuwe woorden en zinnen. Als je kind in jullie moedertaal veel woorden kent, zal het beter Nederlands leren.
  • Zing samen met je kind (kinder)liedjes in jullie taal. Zingen is leerzaam en bijna elk kind vindt dat leuk.

  • Lees verhalen voor of vertel ze uit je fantasie of herinnering. Doe dat in je beste taal. Hierdoor leert je kind meer woorden en leert het zinnen beter begrijpen en maken. Het is soms lastig om boeken in jullie eigen taal te vinden. Vraag er gerust naar bij de bibliotheek. Op YouTube staat een filmpje “voorlezen doe je zo”met tips over hoe een verhaal voor te lezen.

  • Stimuleer je kind om zelf verhalen te vertellen in welke taal het wil. Praat er daarna over.

  • Kijk samen naar plaatjes in een boek of stripverhaal. Doe dan meer dan vragen “Wat is dit?”, maar help je kind met vragen die beginnen met Wie, Wat, Waarom en Wanneer. Bijvoorbeeld: ‘Wie speelt in het verhaal?’; ‘Wat doen ze?’; ‘Waarom doen ze dat?’; ‘Wanneer is dat gebeurd?’. Als het hierover vertelt dan begrijpt een luisteraar het verhaal beter. Vooral op school is dit heel belangrijk.

  • Wees positief over beide talen. Laat je kind weten hoe knap het is dat het twee talen kan spreken. Een positieve instelling zorgt ervoor dat kinderen trots kunnen zijn op hun identiteit en dat zij meer op zullen staan om nieuwe dingen te leren.

  • Zorg ervoor dat je kind in aanraking kan komen met Nederlandstalige leeftijdsgenootjes. Bijvoorbeeld door het op tijd in te schrijven bij een peuterspeelzaal of op later leeftijd bij een sport en stimuleer speelafspraakjes. 

Een stevige basis in de moedertaal helpt bij het leren van de andere taal!

Maak je je zorgen over de taalontwikkeling van je meertalige kind?

Wij helpen graag met onderzoek, advies en behandeling. Neem gerust contact op bij twijfels over spraak en taal. Samen kijken we hoe we de communicatie van je kind het beste kunnen ondersteunen.